Gezinsblad
Jacob Alberts de Boer (*1812) en Catharina Huizinga (*1836)
| Naam | De Boer Jacob Alberts |
Huizinga Catharina (Tryntsje) |
| Geboren |
Vollenhove 01.04.1812 | Maartensbroek 02.04.1837 |
| Gedoopt | ? | ? |
| Overleden | Amsterdam 08.04.1858 | Amsterdam 15.12.1912 |
| Begraven | ? | ? |
| Beroep | Schipper | ? |
| Gehuwd | Uithuizen 20.09.1855 | |
| Ouders | Albert
Jakobs de Boer Sybrichje Fokkes |
Derk Rinses Huizinga Annegien Jans Koning |
| Kinderen | ||
| 1. | Jantsje de Boer (*Zwolle 18.11.1856, + Harlingen 07.02.1868) | |
| 2. | Dirk de Boer (*Harlingen 14.12.1858, + Harlingen 01.07.1854) | |
Jacob hertrouwt
Jacob Alberts blijft na de dood van zijn eerste vrouw Antje
Douwes Timmer achter met vier kleine kinderen tussen de zes en twaalf
jaar oud. Hij gaat daarom als snel op zoek naar een huishoudster. Hij krijgt
kennis aan Catharina Huizinga: Trijntje, de dochter van een Groninger turfschipper.
Nadat zij in 1855 ook haar vader verliest en nu zonder ouders op de wereld
staat, is zij op zoek naar een man. Hoe het ook zij, ruim een jaar na de
dood van Antje Douwes Timmer hertrouwt de 43-jarige Jacob met de dan 19-jarige
Trijntje die op dat moment al hoogzwanger is. In 1856 wordt hun dochter
Jantje te Zwolle geboren.
Jacob sterft
Lang heeft Jacob Alberts niet van zijn tweede huwelijk kunnen genieten.
Jacob Alberts doet er alles aan om zijn gezin te onderhouden. Alle boedel
die hij kan ontberen, verkoopt of verpandt hij om geld bijeen te krijgen.
Uitgeput door een niet nader omschreven ziekte overlijdt Jacob Alberts,
45 jaar oud, op 8 april 1858 aan de Haringpakkerij (tegenwoordig: de Prins
Hendrikkade) te Amsterdam. Hun zoon, Dirk, wordt op 29 september 1858 (dus
bijna een half jaar na het overlijden van Jacob) geboren in Harlingen (Wijk
F 195). Van de geboorte doet Marius Nauta Peters aangifte. Diens dochter
is vroedvrouw bij de bevalling.
Hoe het verder ging met Tryntsje
Trijntje woont nog jaren in Harlingen. Maar op 2 en 9 november 1859 wordt
in het Heerenlogement in Harlingen de publieke verkoop georganiseerd van
het huis aan de Vijver 12 in Harlingen, dat tot dat moment werd 'verhuurd
aan Weduwe de Boer en anderen voor fl.2,40 's weeks'. Trijntje moet andere
woonruimte zien te vinden voor zichzelf en haar twee kinderen Jantje en
Dirk. Twee jaar later krijgt Trijntje opnieuw een zoon: Minne. Hij wordt
in 1860 geboren en krijgt de achternaam van zijn moeder. Zijn vader wordt
niet in de archieven vermeld. Nog een zoon volgt (Rinze, 1863) en nog één
(Jan, 1866). Ook verliest Trijntje een zoon, want Dirk, 8 jaar oud, sterft
in 1866, 's nachts om twee uur in het woonhuis nr. 142, staand in wijk B.
Twee jaar later, in 1868, overlijdt dochter Jantje, pas 11 jaar oud. In
1870 raakt moeder Trijntje nogmaals een kind kwijt: zoon Jan overlijdt,
slechts vier jaar. Een jaar later krijgt ze opnieuw een zoon die ze Jan
noemt. Dochter Durkje wordt in 1874 geboren, dochter Anna Gesina volgt in
1876 en zoon Hendrik in 1878. Allen met de achternaam Huizinga, allen zonder
wettelijke vader. Tien kinderen krijgt Trijntje in totaal, van wie er vier
jong sterven (Hendrik sterft in 1884 op 6-jarige leeftijd).
Het leven spaart haar niet, een vaste man in haar leven ontbreekt en het vermoeden bestaat dan ook dat zij haar schamele brood verdient als publieke vrouw. Ook Harlingen heeft - als echte havenstad - in die tijd een bordeel en gedoogt tot 1878 zelfs 'Publieke vrouwen en Huizen van Ontucht' zolang de dames zich regelmatig medisch laten onderzoeken. Ergens tussen 1884 en 1893 vertrekt Trijntje met haar jongste kinderen naar Amsterdam. Haar oudste zoon Minne is dan al getrouwd, blijft met zijn vrouw in Harlingen en - opmerkelijk in die tijd - vernoemt geen van zijn kinderen naar zijn moeder. Of Trijntje in Amsterdam uiteindelijk het geluk heeft gevonden? Het blijft een raadsel, want het enige dat we sindsdien van haar vernemen, is dat ze in de hoofdstad overlijdt op 15 december 1912, 75 jaar oud.
Afbeeldingen in bovenbalk (v.l.n.r.)
Deel plattegrond Harlingen, Dom Almenum (Harlingen), het Weeshuis aan de
Weeshuisstraat te Harlingen anno nu, fragment van de overlijdensacte van
Jacob Alberts de Boer.
