Gezinsblad
Jacob Alberts de Boer (*1812) en Antje Douwes Timmer (*1811)
| Naam | De Boer Jacob Alberts |
Timmer Antje Douwes |
| Geboren |
Vollenhove 01.04.1812 | Harlingen 07.06.1811 |
| Gedoopt | ? | Harlingen 30.06.1811 |
| Overleden | Amsterdam 08.04.1858 | Hoogezand 06.05.1854 |
| Begraven | ? | ? |
| Beroep | Schipper | ? |
| Gehuwd | Harlingen 26.07.1834 | |
| Ouders | Albert
Jakobs de Boer Sybrichje Fokkes |
Douwe Jans Timmer Rinske (Hinke) Pieters Halma |
| Kinderen | ||
| 1. | Sybrichje de Boer (*Harlingen 1842) | |
| 2. | Albert de Boer (*Harlingen 1844) | |
| 3. | Rinske de Boer (*Harlingen 1846) | |
| 4. | Antje de Boer (*Harlingen 1848) | |
| 5. | Douwe de Boer (*Harlingen 1858) | |
Jacob Alberts de Boer werd op 1 april 1812 geboren in het Overijsselse
Vollenhove. Zijn vader was net als hij schipper en het was daarom niet verwonderlijk
dat hij ver van de "thuisbasis" werd geboren. Jacob Alberts trouwde op 22-jarige
leeftijd op 26 juni 1834 in Harlingen met Antje Douwes Timmer. Zij was de
23-jarige dochter van scheepstimmermansknecht Douwe Jansen Timmer, die in
1832 eigenaar was van een huis en erf (kadasternummer 2007; 85 m²) vlakbij
de in 1895 afgebroken Westerkerk, en Rinske Halma (geboren Harlingse en
Nederlands Hervormd gedoopt).
De Goede Verwachting
Jacob Alberts bezat een Groninger Tjalk met de naam "De Goede Verwachting".
Met dit schip verdiende hj de kost als schipper. Uit documenten die we hebben
gevonden over dit schip, blijken de afmetingen: "...gemeten op 13
el en 10 dm lengte en el 58 dm wijdte en 1 el 85 dm bolte en overzulks op
86 tonnen met dezelfde rondhout en staand en lopend."
Het scheepje was een kleine binnenvaart tjalk met de afmetingen 13,10 x
3,58 x 1,85 m. In die tijd werd de oude benaming el nog gebruikt, maar men
bedoelde meter. Verder was het schip gemeten op 86 ton. Dit is een meting
in het kader van de patent belasting. In de negentiende eeuw moest iedereen
die een beroep uitoefende een patent hebben en belasting betalen
aan de gemeente waar men woonde. In enkele gemeentes is de boekhouding van
deze patentbelasting nog bewaard gebleven, maar het meeste is vernietigd.
Schippers betaalden afhankelijk van de grootte van hun schip. Het schip
moest daartoe worden gemeten door een beëdigd scheepsmeter. Gemeten werd
een fictieve inhoudsmaat door de lengte, de breedte en de holte te vermenigvuldigen:
13,1 x 3,58 x 1,86 = 86,76 m³ of ton. Deze waarde heeft niets met het draag-
of laadvermogen van het schip te maken. Een tjalkje zoals dat van Jacob
Alberts de Boer had ongeveer een laadvermogen van 25-30 ton. Het was een
schip met een betrekkelijk grote holte. Dergelijke schepen werden vaak gebruikt
in de beurtvaart. In 1858 waren alle schepen nog van hout. Bouwtekeningen
werden van houten schepen niet gemaakt, zodat we niet exact kunnen nagaan
hoe het schip eruit heeft gezien. (Met dank aan het Noordelijk Scheepvaartmuseum
in Groningen). Op de foto hierboven ter illustratie een (wat grotere) Groninger
tjalk met bouwjaar 1895. Het schip van Jacob Alberts werd publiekelijk verkocht
na zijn overlijden in 1858:
Almenum
Hoewel Jacob Alberts schipper was, bezat hij volgens de gegevens uit het
Harlinger kadaster in 1832 de volgende onroerde goederen:
Kadnr. 991 - Huis en Tuin - Ter hoogte van Heiligeweg 40 - Opp. 310 m²
Kadnr. 991 - Huis en Tuin - Ter hoogte van Kruisstraat 4 - Opp. 310 m²
Kadnr. 991 - Huis en Tuin - Ter hoogte van Kruisstraat 2 - Opp. 310 m²
Vroeger heette dit deel van Harlingen "Almenum". Almenum was een kerkdorp
dat vlak tegen Harlingen lag. Tegenwoordig is het een buurtschap binnen
de gemeente Harlingen.
Vijver 12
In de geboorteakte van zoon Albert Jacobs de Boer, geb 18 januari 1844 te
Harlingen, staat als geboorteadres vermeld: wijk E nr 94. Het huidige huisnummer
van wijk E nr 94 is nu: Vijver 12, 8861 BS Harlingen. Op de plek waar het
huis ooit stond is nu een ander huis (ook in oude stijl) gebouwd. Heeft
de familie hier ook gewoond? In elk geval kwam zoon Albert hier ter wereld.
Rampjaar 1854
Jacob Alberts en Antje Douwes kregen samen vijf kinderen: Sybrichje (Harlingen,
7 april 1842), Albert (Harlingen, 18 januari 1844), Rinske (Harlingen, 29
oktober 1846), Antje (Harlingen, 27 december 1848) en Douwe (Harlingen,
14 december 1858). Het jaar 1854 was voor het gezin een rampjaar. Moeder
Antje Douwes overleed op 42-jarige leeftijd op 6 mei in Maartenshoek, gemeente
Hoogezand, zoon Douwe in Harlingen op 29 juni, anderhalf jaar oud. Zeer
waarschijnlijk overleden beide aan de cholera, die in dat jaar in Nederland
heerste, met name in Groningen.
Weeshuis en voogden
Jacob Alberts hertrouwde met de 19-jarige Catharina
(Tryntsje) Huizinga. Zij kregen een zoon, maar nog voor zijn geboorte
overleed Jacob Alberts. De vier nog levende kinderen van Jacob Alberts en
Antje Douwes waren 10, 12, 14 en 16 jaar oud op het moment dat ze in 1858
hun vader verloren en wees werden. Op 28 april 1859 kwamen de kinderen terecht
in het Weeshuis aan de Weeshuisstraat (Wijk H) in Harlingen. Alle kinderen,
behalve de oudste, Sybrichje. Waarschijnlijk had ze, 16 of 17 jaar oud inmiddels,
ergens een baan met inwoning.
| Het Harlinger Weeshuis Het Weeshuis in Harlingen is vermoedelijk gesticht door de toenmalige Drost en Olderman van Harlingen Christoffel van Sternsee. Men denkt dat het in 1549 is gesticht, maar boven het poortje staat 1546 gegraveerd. Het zal dus ergens rond die tijd zijn poort hebben geopend voor de wezen van Harlingen. Pas na 1580 werd het weeshuis gesitueerd op het Blokhuisterrein. Aanvankelijk kwamen lang niet alle wezen voor opname in aanmerking, maar in 1656 werd door het stadsbestuur besloten om er alle wezen, ongeacht geloofsrichting onder te brengen. Het Burgerweeshuis werd dus Stadsweeshuis. Wel bleef er lange tijd een groot verschil tussen burgerwezen en stadswezen. De laatste groep droeg eenvoudiger kleding en moest industrieel werk verrichten. er werd bijvoorbeeld in 1767 ten zuiden van de Zuiderhaven een katoen- en hennepspinnerij opgericht. Doel: "Het bedelen en ledig lopen, de gewone bron van allerhande zedelijk kwaad, af te houden." Vanaf de 18e eeuw werd het allemaal wat vriendelijker en was er meer aandacht voor de opvoeding. Er werd zelfs geprobeerd een passende opleiding voor wezen die hiervoor in aanmerking kwamen, te zoeken. (Bron: Gerry Kuiper, "Het Weeshuis." In: Oud Harlingen, nr. 19 pp. 41-42.) Nog een interessant krantenknipsel over het Weeshuis uit de Leeuwarder Courant van 26 januari 2008. |
Afbeeldingen in bovenbalk (v.l.n.r.)
Deel plattegrond Harlingen, Dom Almenum (Harlingen), het Weeshuis aan de
Weeshuisstraat te Harlingen anno 2007, de Kruisstraat in Harlingen (Almenum)
tegenwoordig.
